De Europese federatie van parketfabrikanten (FEP) kwam op 20 oktober bijeen in Parijs en besprak daar de laatste ontwikkelingen op de markt.
De eerste helft van dit jaar bracht bemoedigende signalen in diverse landen maar sinds de zomer is men voorzichtiger geworden met voorspellen. Door heel Europa zijn de markten min of meer stabiel met een bescheiden groei in sommige landen. Geopolitieke onzekerheid, afnemend consumentenvertrouwen, stijgende spaarrentes, toename in kosten voor arbeid en energie en hoge rentetarieven wegen zwaar op investeringsbeslissingen en bouwactiviteiten. De markt is zeer versnipperd van land tot land. Sommige leden rapporteerden groei in het eerste kwartaal (met name in renovatie en de projectmarkt) maar een afzwakking in dit derde kwartaal. Consumenten blijven angstig en geven hun geld liever uit aan vakanties en uitgaan dan aan het interieur. Maar dat wisten we al.
Tegelijkertijd blijven de kosten door de gehele leverketen heen stijgen. Fabrikanten hebben te maken met prijsstijgingen voor grondstoffen, arbeid en energie en doorberekenen aan consumenten blijft lastig, met name in vergelijking met de oneerlijke concurrentie vanuit China en andere landen van buiten de EU. Het verkrijgen van massief hout wordt ook steeds moeilijker. Desalniettemin kan de huidige situatie volgens de federatie worden omschreven als stabiel, maar terughoudend. Lichte stijgingen zijn merkbaar in de Kroatische markt, in Frankrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen. In de overige landen is de situatie stabiel.
In Nederland blijft de daling verder aanhouden: de resultaten zijn 5 tot 7 procent beneden de verwachtingen, pvc is zo dominant aanwezig dat parket nauwelijks een kans krijgt, kosten kunnen niet worden doorberekend aan consumenten en de woningbouw blijft achter. Enige lichtpunt volgens de FEP is dat mensen minder tevreden zijn over hun pvc-vloer en dat dit misschien kansen zou kunnen opleveren voor parket in de toekomst.






