The Wall Street Journal heeft onlangs bericht over hoe de generatie van welgestelde baby-boomers in de Verenigde Staten nieuwe kansen creëert voor de lokale vloerenmarkt: waar zij vroeger nog wel eens hielpen met de aankoop van een eerste woning voor hun kinderen kopen ze inmiddels complete luxe appartementen voor het nageslacht waar, onder andere, weer allemaal nieuwe vloeren in moeten komen.

Er zijn volgens het dagblad ongeveer 1.2 miljoen Amerikanen met een vermogen van 5 miljoen dollar of meer die inmiddels een gezamenlijk vermogen van meer dan 38 miljard dollar (32.7 miljard euro) gaan doorgeven aan de volgende generatie. Onroerend goed is inbegrepen in dit totaalbedrag: zo’n 4,6 miljard dollar (3.96 miljard euro), waarvan ongeveer een derde zich in de Verenigde Staten bevindt. Kinderen worden eerder betrokken bij de aankoop van nieuwe luxe huizen. Er wordt niet meer gewacht tot het overlijden, men geeft het geld nu al uit aan dure woningen.

Waar eerder rijke ouders meehielpen met het kopen van appartementen van 3 tot 5 miljoen dollar (4,3 miljoen euro) worden er nu voor het kroost onderkomens gekocht van tussen de 15 en 30 miljoen dollar (25.8 miljoen euro). Deze kiezen steeds vaker voor appartementen, en niet meer voor vrijstaande huizen buiten de steden, met moderne voorzieningen, zoals een professionele podcast studio. Maar ook de inrichting wordt verzorgd aan de hand van de smaak van deze rijkeluiskinderen en daarin ziet de krant onder andere kansen voor de Amerikaanse vloerenbranche. In de Verenigde Staten zijn houten vloeren (zowel massief als in parketuitvoering) nog steeds zeer populair, met name bij de gegoede laag van de bevolking.

In hoeverre deze trend ook in Nederland komt overwaaien is nog niet bekend, maar wanneer het zou leiden tot extra kansen voor de (parket)vloerenbranche zou dit uiteraard meer dan welkom zijn.