Het bestuur van de FEP, de Europese federatie van parketproducenten, is op 8 april bijeengekomen in Brussel om de situatie van de Europese parketmarkt te bespreken. Het voorzichtige optimisme van begin dit jaar is veranderd in onzekerheid, gebaseerd op vier letters: Iran.

Begin dit jaar zag de FEP licht aan het einde van de tunnel, die nu al jaren duurt. Er waren voorzichtige investeringen in de bouwsector merkbaar, renovatie werd ook minder vaak uitgesteld. Maar de oorlog met Iran zorgt voor een abrupt einde aan dit optimisme: opnieuw neemt de onzekerheid over de toekomst van de wereldeconomie toe (het IMF spreekt over een grote kans op een wereldwijde recessie), de energieprijzen en transportkosten stijgen weer sneller dan de Artemis II, waardoor de productiekosten meestijgen in een rap tempo.

Inflatie blijft meespelen, de kosten van grondstoffen, zoals hout, zijn ook niet gedaald. De gehele supply chain van parket ondervindt de negatieve gevolgen van het afsluiten van de Straat van Hormuz. Dat wil niet zeggen dat er geen geld is in de verschillende Europese markten om te besteden. Zowel bij huishoudens als bij bouwmaatschappijen is er kapitaal beschikbaar, maar men is angstig om dat op dit moment uit te geven. Projecten worden dus uitgesteld of opnieuw berekend om kosten te besparen en parket is dan vaak het kind van de (be)rekening.

Tegelijkertijd ziet de federatie toch lichtpuntjes: de hernieuwde interesse in energiezuinig bouwen en een vertraging in levering van vloeren vanuit China, waar men onder de prijzen van de EU Anti Dumping regels probeert te komen, en deze vertraging geldt ook voor andere Aziatische landen die nu ineens hun kans zagen liggen in Europa als (te) goedkope parketleverancier. Al met al wordt de huidige Europese parketmarkt gekenmerkt door voorzichtigheid, minder zichtbaarheid en vlakke vooruitzichten voor dit jaar. Economische en geopolitieke onzekerheid overschaduwt de eerder gesignaleerde tekenen van herstel.

Traditiegetrouw levert de FEP een schema waarin per land de stijging, daling of het evenwicht in de markt per Europees land wordt vermeld. Oostenrijk is in consumptie van parket stabiel gebleven, maar de energiekosten zijn daar al hoog en gaan nog meer stijgen. Ook de kosten van lokaal hout gaan stijgen. De Kroatische markt is zelfs licht aan het stijgen, maar het minimum loon gaat daar omhoog en ook hier spelen de energie- en transportkosten een rol. Frankrijk is stabiel, maar hier waren de vooruitzichten juist positief. Iran vlakt dit af. In Duitsland speelde, opvallend genoeg, hetzelfde: een licht herstel van de taaie markt, uitgegumd door de oorlog in het Midden-Oosten, en dus stabiel.

Polen laat een lichte stijging zien. Ook hier zullen de gevolgen van Iran merkbaar zijn, maar het gevoel van het diepste dal achter zich laten leeft nog steeds. De Italiaanse en Spaanse markten zijn vlak en voorzichtig, in de Scandinavische landen verschilt de stemming per land: Noorwegen en Zweden blijven voorzichtig optimistisch, Denemarken was echt positief gestemd maar stelt de verwachtingen bij en in Finland was het al een flat line vanaf vorig jaar. In totaal verwacht men in het Noorden 3 procent meer te kunnen afzetten. Zwitserland onttrekt zich wel vaker aan een crisis en ook hier vertonen de cijfers een licht stijgende lijn van 2 procent ten opzichte van 2025 tot nu toe.

Nederland en België worden opvallend genoeg niet genoemd in het persbericht. Waren de cijfers nog niet gereed? Zijn deze markten inmiddels zo klein dat ze overgeslagen kunnen worden? Vanuit Nederlands oogpunt kan gezegd worden dat de interesse voor parket leek aan te trekken door de populariteit van massief eiken eettafels de afgelopen maanden. Desgevraagd hebben veel parketteurs het druk, zij het vooral met onderhoud of met verzekeringswerk (reparaties), maar er worden ook nog (zij het weinig) nieuwe vloeren verkocht en ingepland.

De FEP komt op 11 en 12 juni in Madrid weer bijeen voor de 70e ledenvergadering en het 50e parketcongres.